
“Healthy bodies and minds make healthy communities.
Met je gedachten en attitude kan je veel meer je gezondheid beïnvloeden dan je denkt.“
Vandaag is Valentijnsdag en ons Valentijns cadeau aan u is een interview met relatiecounsellor, docent en wetenschapper, Dr. Glenn Leckie. In dit interview vertelt hij ons meer over zijn passie voor de psychologie, zijn onderzoek en hoe hij met behulp van de evolutiepsychologie zijn cliënten helpt. Hij is als lector verbonden aan de Anton de kom Universiteit van Suriname, voornamelijk bij de studierichting Psychologie en Agogische Wetenschappen & Onderwijskunde. Hij heeft jarenlang gefungeerd als directeur van Stichting Lobi en staat bekend om zijn onderzoeken op het gebied van de reproductieve gezondheid en relatiecounseling.
Hoe ziet uw dag er meestal uit?
Mijn dag ziet er elke dag anders uit. Wanneer ik colleges geef zijn er vaste dagen en tijdstippen waarop dat gebeurt. Vanuit AdeKUS geef ik colleges, participeer ik aan vergaderingen en begeleid ik afstuderende studenten met hun thesis. Verder ben ik in mijn vrije tijd beschikbaar voor een nierdialyse kliniek voor onderzoek en begeleiding van patiënten die daarvoor in aanmerking komen. In de middaguren heb ik tevens vanuit mijn stichting Healthy Bodies and Minds make Healthy Communities (HBMC) mijn eigen cliënten die psychologische counseling behoeven. Vanwege de COVID-19 pandemie doe ik dat vaak virtueel via WhatsApp, MS Teams en Google Meet. Ook doe ik onderzoek dat ik dan inschuif tussen mijn andere bezigheden.
Kunt u ons vertellen over uw interesse voor de psychologie en uw studietraject?
Mijn vader werkte voor Suralco en mijn ouders wilde graag dat ik naar een katholieke school ging. Dus, reisde ik met de bus elke dag van Paranam naar Paramaribo. De mulo school waarop ik zat, de St. Paschalisschool, had een eigen bibliotheek en ik kwam daar een boek tegen waarin het “ego”, het “superego” en de “Id” werden beschreven. Dit zijn de basisconcepten van een psychologische theorie. Ik vond die gedragsdynamieken interessant en ik besloot toen psycholoog te worden. Ik ben uiteindelijk afgestudeerd van de Rijksuniversiteit Groningen in Nederland als klinisch psycholoog. Voor velen in mijn vriendenkring was psycholoog nog een onbekend en ondergewaardeerd beroep. Ik ben blij om te merken dat het beroep inmiddels een groei heeft doorgemaakt in bekendheid en waardering. We worden erkend door verzekeringsmaatschappijen en naar ons wordt nu verwezen door andere gezondheidswerkers waaronder ook artsen en specialisten.
Mijn studieperiode was een tijd waarin ik zelf heel erg ben gegroeid. De studie, mijn verblijf in een andere cultuur en het leven tussen studenten in een studentenflat hebben bijgedragen aan mijn vorming. De ervaringen daar, onder atheïsten maar ook spirituele en religieuze medestudenten, studenten die slechts met onderlinge academische competitie bezig waren en enkelen die samen zelfmoord pleegden, hebben mij laten nadenken over het mens zijn. De studenten cultuur waarin seksuele oriëntatie, partnerkeuze en spiritualiteit zo open werden besproken en beleefd was nieuw voor mij en heeft mij sterker gemaakt in het besef dat je vanuit een sterke spirituele basis in het leven moet staan.
In welk aspect van de klinische psychologie heeft u zich gespecialiseerd?
Ik ben als klinisch psycholoog afgestudeerd met veel counseling in mijn pakket; counseling vanuit verschillende psychologische benaderingen. Mijn afstudeeronderzoek ging over het optimale verschil in getoonde empathie van de counselor en het empathie niveau van de cliënt. Er moet een goede balans zijn in de empathie die de psycholoog toont om de cliënt te kunnen helpen. Toen ik bij Stichting Lobi als counselor en later als directeur werkzaam was kreeg ik veel moeilijke gevallen die gerelateerd waren aan relatieproblemen. Denk hierbij aan relatieproblemen vanwege jaloezie, Crime of Passion (of de neiging hiervoor) en gender issues in relaties. Ik ben me gaan specialiseren in evolutiepsychologie, omdat de traditionele theorieën goede handvatten geven om te counselen maar de evolutiepsychologie betere verklaringen heeft voor veel issues die voorkomen in relatieproblemen zoals jaloezie.
Mijn promotie in 2010 was een van mijn hoogtepunten. Mijn proefschrift is genaamd “Cervical cancer, proxies for HPV-exposure, screening scare and use of proximal and distal defense behaviors in fear buffering”. Ik heb een onderzoek gedaan naar de psychologische afweermechanismen die vrouwen gebruiken in de wachtkamer van een kliniek, in verband met hoe zij dealen met de angst voor de uitslag van hun baarmoederhalskanker onderzoek. Er waren in die periode 2 methoden van onderzoek naar baarmoederhalskanker; een waarbij je de uitslag direct krijgt en een waarbij je de uitslag na 2 à 3 maanden krijgt. De hypothese was dat de vrouwen die direct de uitslag zouden krijgen een hogere intensiteit van angst zouden ervaren en dat is ook uitgekomen. Deze vrouwen ontwikkelden ook een hogere mate van zelfvertrouwen om zichzelf weerbaar te maken voor het horen van slecht nieuws. Een andere merkwaardige bevinding was dat hun groepsgevoel en gevoel van nationalisme hoger werd. Dit komt overeen met de TMT (Terror Management Theorie), een theorie die populair is geworden bij onderzoekers na 9-11, de aanslag op de Twin Towers in de Verenigde Staten. Dit onderzoek heeft ook bewezen dat mensen met verschillende angstniveaus verschillend reageren op berichten die te maken hebben met angst waaronder doodsangst. Personen met een hele hoge angst intensiteit zullen bij informatie over een ziekte, bijvoorbeeld kanker of COVID-19, geen preventief gedrag vertonen, maar zullen angstiger worden. Personen die denken dat de ziekte niet voor hun is, zullen zich niet storen aan preventieve maatregelen, maar er gewoon tegen ingaan. Bij hun bestaat de kans dat ze gaan protesteren en demonstreren. Dit komt vooral voor bij jongeren en wanneer het “gevaar” lang voortduurt. De personen waar de algemene voorlichting het beste werkt, zijn personen die middelmatig angstig zijn. Deze zullen eerder geneigd zijn de preventieve maatregelen te volgen.
Uw specialisatie sluit aan op het onderzoek dat u heeft gedaan over jaloezie in Suriname; wat was het resultaat hiervan?
Ik heb veel profijt gehad aan de training in counseling. Vooral aan de module seksualiteit, een uitgebreide en progressieve training heb ik uiteindelijk in de praktijk veel aan gehad. Tijdens mijn onderzoek op het gebied van seksualiteit heb ik mij o.a. verdiept in jaloezie en wensen van ouders over partnerkeuze van hun kinderen. Deze zijn peer-reviewed artikelen die zijn verschenen in wetenschappelijke tijdschriften.
Jaloezie is een dominant motief voor, wat ik noem, het aardse menselijk handelen: jaloezie in relaties, aan het werk etc. Kort samengevat zijn er drie typen jaloezie in relaties. Het eerste is reactieve jaloezie; bijvoorbeeld het gevoel dat je hebt wanneer je partner iemand anders heeft of heeft gehad. Het tweede is angstige jaloezie, wat inhoudt dat je angstig bent dat je partner een relatie met een ander gaat beginnen. Het derde type is de preventieve jaloezie waarbij er, nog voordat er iets is gebeurd, maatregelen worden genomen, zoals het verbieden van je partner om met andere mensen te praten. Het schijnt dat in Suriname, vooral de angstige en de preventieve jaloezie voorkomen. Men maakt zich dus al zorgen, nog voordat er niets is gebeurd.Ik heb ook onderzoek gedaan naar verschillen in jaloezie bij groepen in Suriname en controle van ouders die willen bepalen wie hun kinderen als partner kiezen. Sommige ouders bemoeien zich sterk met de partnerkeuze en sommigen weer minder, maar vrijwel alle ouders hebben hun voorkeur voor de partner van hun kinderen. Dat is ook te verklaren met de evolutiepsychologie. Ouders willen dat hun kinderen de beste optie kiezen voor het doorgeven van hun DNA.
Dit jaar komt zeer waarschijnlijk het volgende peer-reviewed artikel uit in de Journal Evolutionary Behavioral Sciences; namelijk over de invloed van een afwezige vader in het gezin en, de impact op de kinderen. En voor 2022 is in de planning een onderzoek naar psychologische afweermechanismen bij anticonceptie gebruik. Denk bijvoorbeeld aan vrouwen die van hun partner geen anticonceptie mogen gebruiken zich hier aanhouden of het stiekem toch doen.
Welke boodschap over mental health heeft u voor de samenleving?
Wat ik steeds zeg, ook vóórdat ik psycholoog was: “De belangrijkste persoon die je mental health in handen heeft ben jij zelf.”. Als je denkt dat je ziek bent, dan word je ziek en ben je ziek. Self esteem oftewel zelfvertrouwen is een belangrijk aspect in mental health. Als je denkt dat je het aankan, dan kan je het aan, kan je er beter mee dealen. Met je attitude en gedachten kan je veel meer je gezondheid beïnvloeden dan je denkt. Het heeft meer impact dan je denkt. Het is een bron die onvoldoende aangeboord wordt. Denk altijd I will beat this thing.
Wil jij meer weten over het onderzoek van Dr. Leckie? Bekijk zijn artikelen:
Preferred Parental Control of Mate Choice, Opposition to Out-Group Mating, and Ethnic Identification in Surinam – https://journals.sagepub.com/doi/pdf/10.1177/1069397119861954
Ethnic differences in jealousy in Surinam – https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/0265407519880287
Nog te publiceren peer-reviewed artikel:
Father Absence as Related to Life History Strategy in Suriname among Adults – Evolutionary Behavioral Sciences

