
“Hulp zoeken is geen bevestiging dat het slecht met je gaat. Het is juist het bewijs dat je aan jezelf werkt en steeds verder durft te groeien.
Weg met de taboe!
Een beetje zelfontplooing is altijd goed.”
Vandaag spreken wij met kind- en jeugdpsycholoog Juljo Cruden, een van de eerste afgestudeerde psychologen van de masteropleiding Psychologie aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Juljo is onder andere werkzaam als SLB-docent, waarbij hij studenten begeleidt. Wil je meer weten over Juljo en zijn ervaringen als kind- en jeugdpsycholoog? Lees dan verder.
Wie is Juljo en hoe ziet uw dag eruit?
Ik ben een afgestudeerde kind- en jeugdpsycholoog en een liefhebber van planten. Mensen zeggen me vaak dat ik er op het eerste gezicht streng en serieus uitzie, maar als je me eenmaal leert kennen dan zie je eigenlijk een heel ander mens. Ik ben flexibel en hou van grappen maken. Mijn vrienden zeggen vaak dat ik droge humor heb. Een kwaliteit van mezelf die ik erg waardeer is ongetwijfeld m’n vastberadenheid. Dat is vrij eenvoudig voor mij, wat er ook gebeurt en hoe lang het ook duurt ik ga door met mijn project. Ik ben verder ook erg ambitieus en gedisciplineerd.
Ik sta heel vroeg op en gezien ik van planten houd, doe ik altijd een ronde in de tuin. Als ik vrij ben, kan ik gewoon in de tuin zitten en een boek lezen, naar een serie kijken of als ik bezoek heb, rustig chillen. Op mijn niet-vrije dagen werk ik ‘s morgens parttime als psycholoog en geef ik elke middag les op een hbo-instelling.
Waarom koos u voor de studie psychologie?
Ik wist niet dat ik psycholoog wilde worden. Toen ik klein was hield ik wel heel erg veel van observeren, analyseren, verbanden leggen en oplossingen bedenken voor alles. Toen had ik dus altijd het idee dat ik zaken kon voorspellen en waarschijnlijk door het observeren en analyseren kwamen ze vaak genoeg ook uit. Ik moest altijd alles wat er om me heen gebeurde goed begrijpen, dus ik stelde heel veel kritische vragen en luisterde aandachtig naar het antwoord. Wat ik niet doorhad is dat deze allemaal tools waren die een psycholoog gebruikt. Op een latere leeftijd heeft mijn vader mij kennis laten maken met een psycholoog; een vriend van de familie. Daar heb ik een beetje gezien wat een psycholoog doet. Ik heb ook een gesprek gehad met die psycholoog. En vanaf dat moment wist ik dat ik psychologie wilde studeren. Ook hadden we veel boeken thuis die over de psychologie gaan. Op deze manier is mijn interesse uitgegroeid tot een vastberaden besluit.
Waar en wanneer heeft u psychologie gestudeerd en hoe was uw studententijd?
Ik heb mijn studie gedaan aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname en ik ben in 2011 begonnen aan deze 3-jarige bachelor. In 2017 kwam de masteropleiding, ook aan de AdeKUS, en die heb ik 2 jaren gedaan. Ik heb mijn studietijd als leuk en leerrijk ervaren, maar natuurlijk komt dat stukje van de deadlines, het inleveren van opdrachten en tentamenweek ook erbij. Dus die ‘pressure’ heb ik ook ervaren. Gaandeweg heb ik wel geleerd hoe ik ermee moet omgaan, omdat ik een doel voor ogen had en dat heeft me gemotiveerd om toch mijn deadlines te halen.
In welk gebied van de psychologie heeft u zich gespecialiseerd?
Ik heb bewust gekozen voor Kind en Jeugd Psychologie (K&J), omdat ik me vanaf het begin bezig wilde houden met tieners, pubers en adolescenten. Als K&J psycholoog ben je eigenlijk bezig met de ontwikkeling van de mens; van jong tot oud. Voor K&J is de grens ergens bij 23 jaar denk ik. Je bent onder meer bezig met de emotionele, sociale, cognitieve en identiteitsontwikkeling. Ook moet je vaak de ouders coachen of onderwijzen door middel van tips en psycho-educatie. Verder hou ik me ook bezig met diagnostisch onderzoek en het opstellen van behandelplannen. Voor mijn bachelor deed ik meer literatuuronderzoek. Bij mijn master heb ik onderzoek gedaan naar geslacht en leeftijd als mogelijke voorspellers voor de morele ontwikkeling van adolescenten op het NATIN. Ik wilde namelijk kijken als er een verschil is tussen de morele ontwikkeling van jongens en meisjes. Uit dit onderzoek bleek dat er geen verschil is tussen jongens en meisjes op het NATIN; ook niet op basis van leeftijd. Dat wil zeggen dat iemand die ouder is, niet per se een ander stadium van moreel opereren heeft (bereikt). Ik heb daarnaast ook gekeken naar leeftijd en geslacht samen, maar er was hier ook geen significant verschil.
Welke problematiek komt u tegen in uw werk?
Naast psycholoog ben ik werkzaam bij twee onderwijsinstellingen. Ik ben verbonden aan een Mbo- en Hbo-opleiding, waar ik met de groepen bezig ben. Ik krijg dus meer studenten die obstakels in het leven ervaren. De doelgroep waarmee ik graag werk zijn namelijk de jong adolescenten. Ik merk dat deze groep meestal te maken heeft met aandachts- en concentratieproblemen,agressie en omgaan met traumatische gebeurtenissen. De laatste tijden zie ik ook suïcidale gedachten die vaker voorkomen en LGBTQ jongeren die vanwege hun geaardheid stigma en discriminatie ervaren. Bij de ouderochtend heb je soms ook ouders die tips willen, omdat ze vinden dat hun tiener of puber bijvoorbeeld “onhandelbaar” is. Misbruik en geweld komt ook wel voor, maar niet zo vaak. Ik heb één of twee gevallen gehad waar ouders een kind hebben geslagen en het kind om deze reden geen repetitie is komen maken of wel naar school is gekomen, maar met blauwe plekken. Het komt ook voor dat studenten niet naar huis willen als ze slecht hebben gewerkt, omdat ze weten wat hen daar te wachten staat. Soms onderschatten we de onbewuste druk die ouders op kinderen kunnen uitoefenen en hoeveel invloed het heeft op het kind.
Als het gaat om misbruik zijn er ook cases, maar het is in dit geval heel ingewikkeld. Je kan de persoon niet altijd zover krijgen om erover te praten; ze willen het niet altijd vertellen. En wanneer ze het vertellen, zijn ze meestal niet bereid de stap te nemen om over te gaan tot actie, wat natuurlijk jammer is.
Wat kan u ons vertellen over kindermishandeling en hoe denkt u dat deze systematisch verholpen kan worden in Suriname?
Voor mij is kindermishandeling een serieus probleem in de maatschappij. Er is ook een taboe hieromheen, waardoor men niet erover wil praten, want men wil niet zeggen dat het thuis bij hen gebeurt. Een kind gaat ook niet aan een ieder zeggen dat hij/zij geslagen wordt. Kinderen zijn erg kwetsbaar tot hun 18e, omdat ze tot deze leeftijd bij hun ouders moeten blijven volgens de wet. Er zijn zoveel verschillende vormen van mishandeling waaronder kinderen lijden en elke vorm is even erg, maar naar mijn mening is mentale mishandeling het ergst, omdat je de verschijnselen niet direct kan zien zoals je bijvoorbeeld de blauwe plekken kan zien bij fysieke mishandeling. “Je bent dom”, “Niemand houdt van je” of “Je bent een last voor iedereen” horen allemaal bij mentale kindermishandeling. Mentale kindermishandeling gebeurt vaak ook onbewust. Een oorzaak hiervoor is vaak dat ouders zelf onopgeloste problemen kunnen hebben die ertoe leiden dat het zover komt. In een geval waar een vader zijn dochter heeft mishandeld, geeft men aan hem op te moeten sluiten. Echter, als je hem opsluit en hij komt vrij, dan doet hij weer precies hetzelfde en dan zijn wij weer aan het begin van het verhaal.
De oplossing voor Suriname… Ik denk dat er alvast duidelijk bij de wet gedefinieerd moet worden wat kindermishandeling voor ons in Suriname is. Werken met een algemene definitie is niet specifiek genoeg, omdat wij een andere cultuur hebben. In Suriname zien we dat een corrigerende tik wel sociaal geaccepteerd is. In Suriname is een corrigerende tik dus geen vorm van kindermishandeling. Dit moet allemaal verder onderzocht en besproken worden. Verder moeten er verplichte cursussen komen voor koppels die een kind verwachten, zodat deze een beetje beginnen te proeven wat opvoeding inhoudt en hoe ze om kunnen gaan met uitdagingen tijdens de opvoeding. Het is belangrijk dat ze weten waar zij hulp kunnen zoeken, in plaats van hun frustraties te uiten op het kind. Het signaleren van kindermishandeling moet ook beter aangepakt worden. Er moeten protocollen worden geschreven voor het doorverwijzen; vooral op de scholen. Een kind besteedt heel veel tijd van zijn/haar leven op de scholen. De docenten zien als eerst als er iets aan de hand is en moeten dus ook het recht krijgen om te kunnen doorverwijzen voor professionele hulp. Het hoeft dan niet alleen via de huisarts. Als laatst denk ik dat er ook nog een multi-level aanpak moet komen, waarbij de regering een hoofdrol heeft bij het bij elkaar brengen van alle actoren die een rol hierin hebben. Maatschappelijk werkers, artsen, NGO’s, scholen, de politie enzovoort. We moeten allemaal aan tafel gaan zodat we gezamenlijk op een lijn zijn en structurele/systematische aanpak kunnen bespreken.
Is de corrigerende tik effectief?
Naar mijn mening hoeft het helemaal niet te gebeuren. Ik denk dat een tik op lange termijn meer kwaad dan goed doet. Praten, daar moeten wij naartoe. Men zegt dat de kinderen mondiger worden en terugpraten. Ik vind dat als het verbale steeds beter en eerder ontwikkeld bij kinderen, ouders ze ook verbaal kunnen bereiken en corrigeren zonder een tik toe te passen. Door duidelijke communicatie begrijpen kinderen sneller en beter wat wordt uitgelegd. Ik denk ook nog dat er veel Surinamers zijn die zeggen “ik heb ‘t ook gehad en ‘t heeft gewerkt bij mij” en “een kleine tik is nog niet zo erg als mishandeling”, maar daar begint ‘t eigenlijk bij. De eerste keer heb je geslagen en het heeft “gewerkt”, maar na tien keer werkt die corrigerende tik niet meer en ga je steeds harder slaan tot het uiteindelijk overgaat tot mishandeling zonder dat de ouders dat misschien door hebben.
Wat zijn tot nu toe uw hoogtepunten en moeilijke momenten binnen deze carrière?
Mijn hoogtepunten tot heden zijn: Ik ben benaderd geworden om twee trainingen te geven; één over suïcidepreventie aan decanen en één over veerkracht opbouwen bij jongeren. Verder ben ik benaderd geworden door psychologiepraktijk Octagon, nadat ik ben afgestudeerd als mannelijke kind- en jeugdpsycholoog. Ik ben ook in de gelegenheid gesteld om dit jaar een module te verzorgen bij de richting Psychologie op de AdeKUS.
In mijn studietijd heb ik moeilijke momenten meegemaakt. Ik wilde vanaf na de middelbare school al psychologie studeren op de universiteit, maar de studie op de AdeKUS was er nog niet. Weliswaar vond ik een hbo-opleiding in Suriname die een zogenaamde bachelor in toegepaste psychologie aanbood. Ik heb mij toen ingeschreven voor de opleiding en alle inschrijfgelden betaald. Nadat ik dit deed is de hbo-instelling verdwenen met de noorderzon en dus ook al mijn geld. Ik ben toen gaan werken. Uiteindelijk is de studierichting Psychologie op de AdeKUS opgericht. De studierichting heeft een selectie en toen ik de eerste keer meedeed, werd ik niet gekozen. Omdat ik het zo graag wilde, heb ik het volgend jaar opnieuw geprobeerd. Toen is het wel gelukt. Vanaf dit moment had ik ook die extra motivatie om me in te zetten en de studie af te ronden.
Welke boodschap over mental health heeft u voor anderen?
Ik vind mentale gezondheid heel erg belangrijk; en niet per se omdat ik psycholoog ben, maar omdat ik als persoon pleit voor mental health. Met een gezonde geest kan je pas een sterk lichaam hebben en dan word je ook krachtiger. Ik weet dat er een taboe is over het gaan naar een psycholoog, maar naar therapie gaan is geen teken van zwakte. Naar de psycholoog gaan betekent vooral niet dat je gek bent. Ik heb respect voor iemand die openstaat voor hulp, omdat die toont dat hij/zij heel veel liefde voor zichzelf heeft; en dat is belangrijk. Zo af en toe je problemen op tafel leggen, praten met een deskundige en leren over je gedrag, gevoelens en handelingen verhogen de kwaliteit van jouw leven. Hulp zoeken is voor mij dus een bewijs dat je werkt aan jezelf. De taboe moet weggewerkt worden. “Een beetje zelfontplooiing is altijd goed voor jou als mens”.

