
“Heb nooit spijt van handelingen of ervaringen die hebben gediend als leermomenten en beproevingen. Alles dat wordt gedaan uit liefde en met goede intenties, wordt eens beloond.”
Wij praten vandaag met Donovan Isselt die op 22 januari 2020 geschiedenis schreef als de eerste afgestudeerde van de Masteropleiding Psychologie in Suriname. Donovan is een dertigjarige jongeheer die over het algemeen rustig en beheerst is, van rust en structuur houdt en graag zaken vooruit plant. Hij beschrijft zichzelf als een familiemens en besteedt graag zijn tijd met zijn broers. Hij houdt ervan om grappen te maken en anderen te laten lachen. Hij zegt “Een voormalig president hield er vaak van om tijdens vergaderingen te zeggen: ‘a san’ ano wan dede oso”. Als je dus met Donovan communiceert, ‘dan ano wan dede oso ook tu’. Donovan is tevens werkzaam bij het Psychiatrisch Centrum Suriname (PCS) als Beleidsadviseur 1e klasse en is belast met het personeelsbeleid, communicatie en voorlichting.
Hoe ziet een normale dag eruit voor Donovan Isselt?
Een normale doordeweekse dag is opstaan en me klaarmaken om naar het werk te gaan; na het werk weer thuiskomen en genieten van mijn TV-series. Als ik iets doe buitenshuis, is het dan een borrel pakken met mijn broers of muziek maken met mijn muziekgroep. Daarnaast heb ik, vooral in deze Covid-19 pandemie, veel contact met vrienden en kennissen via de diverse sociale media kanalen.
Op 22 januari 2020 heb je geschiedenis geschreven als de eerste afgestudeerde van de Masteropleiding Psychologie in Suriname. Hoe voelt dit aan en waarover ging jouw onderzoek (thesis)?
Het voelt geweldig aan. Toen ik mij inschreef voor de masteropleiding vroeg ik me af hoe het zou zijn om als eerste de opleiding af te ronden. Ik hoopte stiekem ook om de eerste afgestudeerde te zijn, maar ik had het natuurlijk niet verwacht. Het heeft een bijzondere waarde voor mij als kind uit een eenoudergezin, als creoolse man en als muzikant. Als pokuman wil ik bewijzen dat ook wij naar school kunnen en op verschillende manieren een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij en de wetenschap.
Mijn onderzoek ging over de rol van emotionele intelligentie in de verpleging. De emotionele intelligentie werd gemeten bij hoofden van verpleegafdelingen om na te gaan in welke mate deze van invloed kon zijn op het ontwikkelen van burn-out klachten bij hun medewerkers. Behalve de statistisch-technische zaken heb ik geen directe link kunnen vinden tussen die onderzoeksaspecten. Echter, is uit voorgaande literatuur wel gebleken dat er een rol is weggelegd voor emotionele intelligentie binnen leiderschap als het gaat om het ontwikkelen van burn-outklachten en uiteraard hoe deze te beperken zijn. Je zou als leidinggevende met behulp van je emotionele intelligentie een belangrijke invloed hebben op het wel of niet ontwikkelen van burn-out klachten op de werkvloer bij je medewerkers.
Kan je wat vertellen over je werkomgeving en het stigma dat bestaat rond het PCS?
Ik ben sinds 1 december 2016 in dienst van het PCS en ik ervaar het werk als heel prettig met de collega’s en patiënten die ik tegenkom. Er zijn echt wel een aantal aannames rondom het PCS waarvan je schrikt! Ik ben binnengekomen als medewerker van de afdeling communicatie en voorlichting en in die functie ben ik vaker naar scholen geweest voor voorlichtingssessies. Je schrikt van wat je hoort van studenten. Voorbeelden van aannames zijn dat mensen in het PCS worden platgespoten met medicatie, dat mensen elektrische schokken krijgen aan hun hoofd of dat mensen onder erbarmelijke omstandigheden blijven. Geen van die aannames zijn waar. Vóór mijn indiensttreding had ik zelf ook een vertekend beeld van het centrum. Ik dacht, als ik daar eenmaal werk, dat patiënten “dingen met me kunnen doen” of misschien dat ik zelf ook “gek” zou worden. Naderhand bleken geen van deze gedachten op enige waarheid te berusten.
Hoe zie je jouw carrière verder groeien?
Ik zie mezelf aan de ene kant verder groeien binnen de organisatie waar ik nu werk (PCS). Dat gebeurt nu ook al, maar je weet, je kunt altijd hogerop gaan. Je moet voor jezelf bepalen hoever je binnen een organisatie kan gaan en welke bijdrage je kan leveren. Daarmee ben ik nog steeds bezig. Ik geloof er verder sterk in dat als ik kennis verkrijg, ik die ook moet overdragen aan een andere groep. In dat opzicht heb ik ook besloten om te doceren. Ook heb ik me voorgenomen om een promotietraject (PhD) in te zetten en wil ik mij graag verder verdiepen in emotionele intelligentie. Verder ambieer ik eventueel nog een politieke carrière.
Wat zou er volgens jou nog moeten gebeuren om de Mental Health in Suriname te bevorderen?
Het belangrijkste voor mij is dat de beleidsmakers – niet alleen het ministerie van Volksgezondheid, maar een ieder die binnen dat spectrum zit: de totale regering en de totale top van de gezondheidszorg – moeten beseffen waarom mentale gezondheid even belangrijk is als de fysieke gezondheid. Ik merk in de praktijk dat mental health sterk gemarginaliseerd wordt. Alleen maar het feit dan men zegt “Gwa PCS want ye law”, bewijst genoeg over hoe bepaalde mensen in Suriname naar mentale problemen kijken. Ik denk dat men vanuit de top moet beginnen. Daar moet het besef gecreëerd worden, zodat er ook gericht beleid ontwikkeld wordt dat gaat doorsijpelen naar de benedenlaag. Zo gauw we in een samenleving terechtkomen die mental health hoog acht, zullen wij verder opschieten dan nu.

