Tak Nanga Mi: Shonimá Gangaram Panday

“If you don’t make time for your Wellness, you will be forced to make time for your Illness. Physical and Mental Health are both equally important. Let’s improve them Together.”

Wist je dat tot wel 80% van de mensen met een hersenbloeding of herseninfarct cognitieve en/of emotionele problemen heeft? Wist je dat zelfs de lichte vormen van hersenbeschadiging kunnen leiden tot problemen in het denkvermogen of de stemming? Wist je dat er ook behandelingen zonder medicatie zijn om deze problemen te verminderen?

Vandaag praten wij met Neuropsycholoog Shonimá Gangaram Panday. Zij is als onderzoeker en docent verbonden aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname en heeft daarnaast haar eigen neuropsychologie praktijk genaamd PsyCare. Shonimá is gespecialiseerd in hersenaandoeningen en de gevolgen daarvan voor cognitie, emotie en gedrag. Momenteel doet zij wetenschappelijk onderzoek naar cognitieve stoornissen en andere psychische factoren bij beroerte patiënten. Ze heeft ervaring in het behandelen van cliënten met problemen bij de aandacht en concentratie, het geheugen, het denkvermogen, de stemming en de sociale en werksfeer; vooral als deze problemen het gevolg zijn van een hersenbeschadiging.

Wat heeft uw interesse in de klinische neuropsychologie aangewakkerd?

Ik was gefascineerd door het brein en het menselijk gedrag. Tijdens mijn bacheloropleiding Klinische Psychologie, merkte ik dat de neurologische verklaringen voor depressie, angst en andere psychische aandoeningen mij meer interesseerden. Ik wilde mij meer verdiepen in de hersenmechanismen achter verschillende stoornissen en koos daarom voor de masteropleiding Klinische Neuropsychologie. Daar leerde ik veel over verschillende hersenaandoeningen en de gevolgen en behandeling daarvan. Ik wil nog meer weten en doe nu daarom de doctoraatopleiding. 

Hoe ziet uw dag er meestal uit?

Ik combineer onderzoek, onderwijs, dienstverlening en de klinische praktijk. Afhankelijk van mijn doelen en verantwoordelijkheden, verschillen de dagen dus veel. Als ik moet doceren, doe ik dat twee tot drie dagen in de week. De resterende dagen bestaan dan vooral uit onderzoek of dienstverlening. Ik heb naast onderwijs en onderzoek namelijk ook andere taken op de universiteit: ik ben bijvoorbeeld lid van de facultaire examencommissie. Om de ene middag behandel ik ook cliënten in mijn praktijk. Af en toe moet ik online een internationaal seminar of workshop volgen in de vroege ochtend om 4 uur.

Wat doet u om zowel fysiek als mentaal gezond te blijven?

Een van de dingen die ik nu doe is goed inschatten hoeveel tijd ik nodig heb voor verschillende taken. In het verleden heb ik mezelf overschat. Ik probeerde flink te multitasken: lesgeven, studenten begeleiden, studentenverslagen corrigeren en ook nog onderzoek en praktijk, alles tegelijk met weinig pauzes. Maar dat is niet goed. Multitasken vraagt meer van het brein, waardoor je meer moeite moet doen om te concentreren, meer tijd nodig hebt en meer fouten kunt maken. Je wordt er ook sneller moe door. Een van de dingen om niet overbelast te raken, is dus echt een ‘one thing at a time’ attitude. In mijn agenda heb ik dus slechts één type taak per dagdeel: het is of onderwijs, of onderzoek, of dienstverlening, of praktijk. Hiernaast heb ik ook een tweede gouden regel: ‘balans tussen inspanning en ontspanning’. Belangrijk is om heel goed te weten wat energie van je neemt en wat je energie geeft. In de avond probeer ik niet te werken, zodat mijn brein tot rust komt voor het slapengaan. ‘s Weekends probeer ik zoveel als mogelijk vrij te houden voor ontspannende activiteiten. ‘s Morgens probeer ik yogaoefeningen te doen en als dat niet lukt, korte stretch of ademhalingsoefeningen in de pauzes om de spanning in mijn lichaam los te laten. Soms een uurtje joggen in de middag. En uiteraard doe ik m’n best om gezond te eten.

U bent momenteel bezig met uw PhD. Kunt u ons wat meer daarover vertellen?

Ik ben PhD student aan de KU Leuven in België, binnen de research unit Brein en Cognitie. Het doctoraatsprogramma bevat verschillende elementen, waaronder wetenschappelijke verdieping en onderzoek. Mijn PhD onderzoek gaat over de diagnostiek van cognitieve stoornissen bij beroertepatiënten uit verschillende culturen of in cultureel diverse samenlevingen. Het sluit goed aan bij het PsyStroke onderzoek waar ik data heb verzameld bij beroertepatiënten van de ziekenhuizen in Suriname. Het tweede deel van dit onderzoek waar ik dezelfde data verzamel bij neurologisch gezonde patiënten van de Regionale Gezondheidsdienst is even gepauzeerd door COVID-19. In oktober start ik daarom met een systematisch literatuuronderzoek. Het prettige van mijn doctoraatonderzoek is dat het onderdeel is van mijn werk als wetenschapper aan de universiteit hier (AdeKUS). 

Welke problematiek komt u het meest tegen in uw praktijk?

Ik zie door mijn specialisatie vaak mensen met hersenaandoeningen, cognitieve of emotionele klachten of ‘onverklaarbare’ cognitieve klachten. Cognitieve klachten zijn bijvoorbeeld vergeetachtigheid, concentratieproblemen of andere problemen met het denken. Vaker gaat het om een achteruitgang in het functioneren. Als zo een cliënt zich bij mij aanmeldt, doe ik eerst neuropsychologische diagnostiek. Daar stel ik veel vragen om inzicht te krijgen in de klachten en gebruik ik ook testen om de cognitieve functies te meten. Soms zijn er ook vragenlijsten over de stemming of persoonlijkheid. Op basis van de bevindingen stel ik een behandelplan op. Het meest zie ik cliënten die een beroerte (hersenbloeding of infarct) hebben gehad. Daarnaast zie ik ook veel cliënten met dementie of epilepsie, en in mindere mate cliënten met traumatisch hersenletsel of spanningshoofdpijn. Deze cliënten melden zich vaak aan door de cognitieve klachten, maar ook door verwerkings- en aanpassingsproblemen. Soms zijn ze delen van zichzelf kwijt door de schade in de hersenen en weten ze niet zo goed hoe ze verder moeten zonder hun oude ik. De familie heeft vaak niet genoeg inzicht in de mentale gevolgen van de hersenschade voor de cliënt. In ernstige gevallen is de cliënt ook afhankelijker van de familie en resulteert dit in veranderingen in de onderlinge relaties. Een behandelplan bestaat daarom uit verschillende onderdelen, waarbij de familie liefst ook betrokken wordt. Denk aan informatiesessies en psycho-educatie aan cliënt en diens familie, maar ook cognitieve revalidatie en psychotherapie. De meeste voordelen worden behaald binnen drie maanden na schade aan de hersenen. Belangrijk is dus dat cliënten zich zo snel mogelijk na hersenschade aanmelden, ook al is het slechts voor een screening.